Pagina
Menu
INFO
U bent hier:   Begin pagina > Ton blogt > Archief > 6 oktober 2011 De Slag om Arnhem door de ogen van een kind. Evacuatie. 
German

6 oktober 2011 De Slag om Arnhem door de ogen van een kind. Evacuatie. 

Antoinette Pey-Pas vertelt verder  (vervolg van 27 september 2011 De Slag om Arnhem door de ogen van een kind)

Aan het einde van die week werden er aanplakbiljetten op bomen en lantaarnpalen bevestigd, waarin werd bekend gemaakt dat de gehele Arnhemse bevolking uiterlijk 25 september ’s avonds de stad moest hebben verlaten. Het zou maar voor drie dagen zijn! Dat het negen maanden zou worden wisten we toen gelukkig nog niet.

Melkfabriek De Camiz 
Toen begon de organisatie, waar gingen we heen en wat namen we mee. Oom Jan, de broer van mijn moeder, was bedrijfsleider bij de melkfabriek De Camiz. Hij probeerde de hele productie over te brengen naar Velp waar ook een melkfabriek was. Dat is hem goed gelukt, ook met medewerking van de Duitsers, want ze willen altijd hun voedselvoorzieningen in stand houden. Hij ging dus naar Velp met zijn ouders en verloofde. Mijn moeder wilde dus ook het liefst bij hen in de buurt blijven, dus gingen wij ook naar Velp. Mijn vader vond onderdak bij de fam.Visser. De buren die het hardst gegild hadden, dat ze niet weggingen, waren het eerst vertrokken.

Het leek net dat reclamebord van de RVS
Tegenover ons woonde een ouder echtpaar, de fam.Mayer. Ik zag ze de weg opgaan, waarheen? dat weet ik niet, hij met zo’n geel rieten koffertje, zij met een tas. Allebei met een hoed op. Het leek net dat reclamebord van de RVS, alleen het hondje ontbrak.

Oom Jan had voor een paard en wagen gezorgd
Ook wij gingen op weg naar Velp. Oom Jan had voor een paard en wagen gezorgd. Eerst werden Opa en Oma gehaald, daarna kwam de wagen bij ons de weg op en werden onze spullen opgeladen. We moesten allemaal lopen, vader en Diny met de fiets aan de hand, alleen Oma die erge reuma had kon op de kar zitten. Toen we in de Ernst Casimirlaan waren (nu heet het daar gewoon Velperweg) kwamen er vliegtuigen over en werd er geschoten. Duitsers, met witte vlaggen op hun wagens, reden met hoge snelheid langs die colonne evacués. Wij raakten in paniek, vlogen een tuin in en bonsden op de deur om binnen te komen. Maar de mensen waren kennelijk al weg en er werd niet open gedaan. De kogels ketsten in het grind, maar niemand werd geraakt. Toen we teruggingen naar de weg schaamden we ons, want Oma zat nog steeds op de kar (kon er met haar reuma ook niet zo vlug afkomen) en Opa stond ernaast en hield haar hand vast.

Wij riepen: Hansje, kom opstaan, we moeten naar huis"
En toen was het 4 oktober. Er stond een uitgebrande Duitse militaire auto op de Hoofdweg, dus we gingen met ons vieren eens poolshoogte nemen, Eugenie, Diny, ik en een buurjongetje Hansje. Hij mocht voor het eerst weer buiten spelen van zijn moeder. Zijn vader zat ondergedoken en de moeder was daarom extra angstig. We waren nog niet lang op de Hoofdweg, toen er opeens een geweldig luchtgevecht boven ons hoofd uitbrak. Het leek wel of er ineens overal vliegtuigen vandaan kwamen. Wij holden heel hard naar huis. Onderweg struikelde Hansje ineens en wij vielen half over hem heen. Wij riepen:”Hansje, kom opstaan, we moeten naar huis”. Maar hij bleef liggen en toen we thuiskwamen vertelden we dat. De volwassenen gingen op onderzoek uit en vonden Hansje dood op straat, recht in zijn hart getroffen. Het drong eigenlijk in het begin niet meteen tot ons door. Mijn moeder wilde mij in de kelder hebben en zij duwde mij in de richting van de kelderdeur, die opzij van de voordeur was. Maar ik wilde niet, het was net of iemand mij tegen mijn schouder achteruit duwde en toen vloog er een groot stuk granaatscherf op mijn hoofdhoogte door het glas-in-lood van de voordeur, door de kelderdeur, door de trap en bleef bovenop een traptree liggen. Was ik doorgelopen, dan had ik die scherf zeker in mijn hoofd gekregen. Sinds die tijd geloof ik dat er meer is tussen hemel en aarde, een goede engelbewaarder of zo. Toen het tot ons doordrong dat Hansje was overleden waren we vreselijk van streek, het had mijn zus en mij toch ook kunnen treffen. Twee dagen later trok de rouwkoets voorbij met alleen de vader erachter. Een dergelijk beeld vergeet je nooit.

Moeder en tante Riek besloten stiekem Arnhem in te sluipen
De winter naderde, langzamerhand werd het ook kouder en er kwam gebrek aan warmere kleding, maar dat lag natuurlijk in ons huis in Arnhem. Tante Riek en moeder besloten stiekem Arnhem in te sluipen en wat kleding uit ons huis op de Raapopscheweg te halen. Ze gingen over de Schelmseweg en dan de Rozendaalseweg op, zodat ze bij de Jozefkerk uitkwamen. Achter die kerk gaat een weg stijl naar beneden een dal in. Toen ze daar boven op die hoogte waren, schreeuwde een Duitser vanuit het dal:”Halt, stehen bleiben”! Moeder zei tegen tante Riek, doorlopen en net doen alsof het niet voor ons is. Toen tante Riek aarzelde, zei moeder:”Hij is toch te lui om dat dal uit te komen en van die afstand schiet hij toch niet raak”.

Er kwam een Duitser in Hitler pak naar buiten en bulderde:"Was machen Sie hier"?
Toen kwamen ze bij ons huis op de Raapopscheweg. Ze hoefden de deur niet open te doen, want er kwam een Duitser in Hitlerpak naar buiten en bulderde:”Was machen Sie hier? Waarop mijn moeder zei:”Was machen Sie hier in meinem Haus”? Hij antwoordde:”Ich bin Hauptdienststellenleiter der NSDAP”. En toen zei mijn moeder:”Und ich bin Hausfrau, was wiegt schwerer”?  Hij vroeg wat ze kwamen doen en moeder zei:” warme kleding halen voor mijn kinderen en mijn ouders”. Maar als ze niet naar binnen mochten, of hij dan de poppen van de kinderen wilde halen. Toen zei hij:”ga maar naar binnen en neem alles mee wat U denkt nodig te hebben”. Hij liep mee naar binnen, ging op de bank zitten en beklaagde zich dat hij al zolang zijn vrouw en kinderen niet gezien had en de tranen liepen hem over de wangen. Toen hij echter een andere militair in de gang hoorde, was hij meteen weer de Duitser. De twee vrouwen hebben winterjassen  en warme kleding in een deken geknoopt en zo gingen ze op weg terug. Als je rekent dat mijn moeder 1.55 mtr lang was en tante Riek ook niet één van de grootste, dan kun je je voorstellen wat een expeditie dat moet zijn geweest, want die vracht begon natuurlijk hoe langer hoe zwaarder te worden. 

De cassette met het tafelzilver was al verdwenen
Al snel hadden we in de gaten dat Arnhem systematisch werd leeggeroofd. Vrachtwagens volgeladen kwamen door Velp, richting Duitsland, dan met stoelen, dan met kachels en als trofee een beer of pop op de koplampen. Moeder en tante Riek besloten dus opnieuw Arnhem in te gaan, nu om wat waardespullen op te halen. Bij terugkomst hadden ze vloerkleden, de naaimachine, een strijkbout maar ook geweckte groenten bij zich. De cassette met het tafelzilver, waarvan de messen mooie benen heften hadden, was toen al verdwenen.

                                       Het verhaal van Antoinette Pey-Pas wordt vervolgd 

Pagina
Menu
INFO
Pagina
Menu
INFO

Excursies

Excursies


Onder begeleiding van Ton Wientjen worden er excursies georganiseerd naar het gebied waar de slag om Arnhem plaatsvond. Dit zijn excuries in groepsverband. Bent u als vriendenclub, serviceclub, hobbyclub, enz. geïnteresseerd in een excursie?

Lees verder »

Ton blogt

Ton blogt 


Soms, als Ton tijd heeft, schrijft hij een anekdote over een gebeurtenis die zich afspeelde in de oorlog. Altijd vanuit de gedachtenwereld van de betrokkene geschreven en dus lang niet altijd politiek correct.
 

Lees verder »

Contact


Ton Wientjen
Vaarwerkhorst 71
7531 HL  ENSCHEDE

Telefoon: +31 53 435 69 49
Mobiel1:   +31 61 258 47 78
Mobiel2:   +31 62 351 10 21

Stuur een berichtje

Pagina
Menu
INFO

Powered by CMSimple | Template by CMSimple | Inloggen